Wonen op oudere leeftijd

Als je ouder en minder mobiel wordt, komt vanzelf de vraag aan de orde of je daar je huidige woning op kan aanpassen of dat je moet gaan verhuizen. Een vraagstuk waar al veel over is geschreven door professionals. Maar wat vinden ouderen hier nu echt zelf van? Waar lopen ze tegen aan? Die vragen stonden centraal bij een inspiratiebijeenkomst op 15 september in het Rietveld theater in Delft. Centraal middel- en hoogtepunt van de bijeenkomst was de door ouderen zelfgemaakte documentaire waarin zij inzicht gaven in de vraagstukken en dilemma’s rondom het wonen op oudere leeftijd.

We worden steeds ouder en dankzij de geboortegolf van na de Tweede Wereldoorlog zijn er ook steeds meer ouderen. Wereldwijd zal het aandeel personen van 65 jaar en ouder toenemen tot ruim 25 procent in 2050. Deze ‘vergrijzing’ heeft een belangrijke invloed op onder andere de wensen omtrent de publieke ruimte, mobiliteit én de huisvesting.

Over dat laatste bestaan uiteenlopende ideeën. Veel ouderen blijven tot op hoge leeftijd zelfstandig thuis wonen. Ze blijven immers graag in hun vertrouwde buurt waar zij of hun kinderen zijn opgegroeid, waar ze veel mensen kennen en nog met plezier wonen. Zij nemen de eventuele ongemakken van het huis (trappen, badkuip, tuinonderhoud) waarin zij wonen voor lief. Er zijn echter ook ouderen die graag zouden willen verhuizen naar bijvoorbeeld een gelijkvloerse en kleinere woning. Zelfstandig of in een collectieve woonvorm. Met of zonder zorg. Iedereen zoekt zo naar een woning die beter past bij hun huidige of toekomstige levensfase.

Documentaire
Er zijn dus vele verschillende wensen en ervaringen. Om hier meer inzicht in te krijgen, hebben senioren uit de Delftse wijk Tanthof – in samenwerking met Zsuzsu Tavy en Joost van Vliet van De Haagse Hogeschool en Kim Schonewille – de documentaire ‘Van deur tot deur’ gemaakt. Hierin interviewen ze elkaar over het wonen op oudere leeftijd. Een inspirerende en informatieve film waarin duidelijk naar voren komt dat ouderen zoekende zijn.

Aan de ene kant staan zij open voor een nieuwe woning die beter aansluit op hun huidige of toekomstige behoeften, zoals een gelijkvloerse woning. Die verhuiswens wordt ook ingegeven doordat sommige ouderen zich enigszins bezwaard voelen dat zij een grote eengezinswoning ‘bezet’ houden met slechts één of twee personen: “Onze woning is eigenlijk gewoon te groot. Het is heerlijk wonen, maar het is natuurlijk niet nodig. Ik gun het andere gezinnen ook om hier te wonen.”

Aan de andere kant ervaren de ouderen veel nadelen als zij op zoek gaan naar een nieuwe woning. Er is weinig tot geen passend aanbod (“Niente”). Daarnaast is een verhuizing veel geregel en men wil liever in de eigen vertrouwde buurt blijven wonen. En niet onbelangrijk: per saldo gaat men er na een verhuizing vaak op achteruit. Men moet vaak meer gaan betalen voor minder ruimte en “daar wringt het” voor veel ouderen. De documentairemakers doen een aantal voorstellen om uit dit spanningsveld te komen, zoals de mogelijkheden om ouderen financieel tegemoet te komen, door een meer kwalitatief aantrekkelijk woningaanbod te creëren en om ouderen meer te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe woonvormen. Aan die laatste oproep is al door een aantal partijen gehoor gegeven door middel van het onderzoekstraject Verantwoorde Rebellie.

Debat
De documentaire zorgde zo voor voldoende stof voor discussie over de (on)mogelijkheden van ouderen om aan hun woonwensen te voldoen. Onder leiding van Joost van Hoof, lector Urban Ageing (De Haagse Hogeschool) vond er vervolgens een gesprek plaats met enkele panelleden en de zaal.

Zo ook met Rudy van den Hoven, senior onderzoeker aan De Haagse Hogeschool. Hij doet – onder andere samen met tweedejaars studenten Social Work – onderzoek naar seniorvriendelijke steden. Hij herkende veel signalen uit de film die ook uit zijn onderzoek in Tanthof naar voren kwamen. Onder andere dat ouderen Tanthof ervaren als een seniorvriendelijke wijk waar het prettig wonen is. Belangrijke aspecten daarbij zijn met name de landelijke, groene omgeving, de rust en veiligheid in de wijk en de onderlinge contacten en betrokkenheid van bewoners bij hun directe woonomgeving. Ook over de eigen woning zijn ouderen over het algemeen tevreden. Wel is de woning, nu kinderen het huis uit zijn, vaak groter dan noodzakelijk en zijn er op termijn mogelijk ook aanpassingen vereist. Ook uit deze gesprekken kwam naar voren dat het vinden van een passend en betaalbaar alternatief vaak een probleem vormt.

Karin Schrederhof, wethouder Wonen, Wmo en Sport (gemeente Delft) was erg te spreken over de documentaire. “Een prachtige film, waar je ook de liefde voor Tanthof in ziet terugkomen.” Tegelijkertijd zag ze veel herkenning in de aangehaalde vraagstukken met betrekking tot de woningmarkt. “Manifest is de vraag naar een andere woning die ook op oudere leeftijd goed toegankelijk is.” Net als een van de sprekers uit de zaal gaf de wethouder aan dat we daarbij goed moeten kijken naar de verschillende financiële situaties van de ouderen. Het verschilt immers nogal of je vermogen hebt opgebouwd met een koopwoning of een sociale huurwoning achterlaat. “Uit onderzoek blijkt vooral dat er een tekort is aan toegankelijke woningen met een huurprijs tussen de € 750 en € 950”, aldus de wethouder. Die kunnen via nieuwbouw worden toegevoegd, maar die staan er niet binnen een jaar. Een complicerende factor daarbij is dat de gemeente zelf weinig grond meer in bezit heeft. De gemeente gaat daarom de gesprekken aan met projectontwikkelaars en beleggers om ook aan de woningvraag van senioren te voldoen.

Emmy Schouten was als bewoonster van Tanthof een van de filmmak(k)ers. Het hele traject heeft haar nog meer aan het denken gezet en zij is onlangs van haar eengezinswoning in Tanthof naar een kleinere woning elders in de stad verhuisd. Het filmproject heeft dus niet alleen een documentaire met nieuwe inzichten opgeleverd, maar de onderlinge uitwisseling heeft er ook voor gezorgd dat de ouderen bewuster met dit thema aan de slag zijn gegaan en over belangrijke toekomstvragen – zoals een verhuizing – zijn gaan nadenken. Want zoals een van de filmmak(k)ers terecht zei: “Grote beslissingen kan je beter twee jaar te vroeg nemen, dan 1 dag te laat”.

De bijeenkomst was een initiatief van de Werkplaats Sociaal Domein in samenwerking met de City Deal Kennis Maken Delft. De documentaire is financieel mede mogelijk gemaakt door RCOAK en Regieorgaan SIA en hieronder in zijn geheel te bekijken:

Gepubliceerd door Kennismakelaar

Dit onderzoek is onderdeel van de City Deal Kennis Maken Delft. Dit is een samenwerking tussen de gemeente Delft en drie kennisinstellingen (De Haagse Hogeschool, Hogeschool Inholland, TU Delft). Met behulp van de inzet van docenten en studenten wordt getracht om belangrijke vraagstukken in de stad en in specifieke wijken beter te begrijpen en oplossingsrichtingen aan te bieden. Dit in samenwerking met maatschappelijke partijen én wijkbewoners. Wilt u meer weten? Neem dan contact op met Gerben Helleman via CDKMDelft@hhs.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: